Wet!



Wat zegt de wet?

Mijlpalen:
1920: gemeentelijk stemrecht voor vrouwen

1948: algemeen stemrecht voor vrouwen

1965: eerste vrouwelijke minister

1994: wet Tobback-Smet: ten minste 1/3e vrouwen op de verkiezingslijsten

2002: quotawetten op federaal, regionaal en Europees niveau : evenveel vrouwen als mannen op de lijsten; de eerste twee kandidaten van verschillend geslacht.


Voor de Federale verkiezingen van 13 juni 2010 geldt:

- Evenveel vrouwelijke als mannelijke kandidaten op de lijsten, ook op de opvolgerslijsten. Vermits lijsten een oneven aantal kandidaten tellen, mag het aantal mannelijke of vrouwelijke kandidaten niet groter zijn dan één.
- Op plaats één en twee geen kandidaten van hetzelfde geslacht. Dit geldt ook voor de eerste en tweede opvolgersplaats.

Een kort overzicht van de wettelijke quotaregelingen:

Al van sedert de invoering van het gemeentelijk vrouwenstemrecht in 1920 gaan er stemmen op om vrouwen op een gelijke manier te laten deelnemen aan de politieke besluitvorming.
Toch heeft het lang geduurd voor de eerste wet gestemd werd om die politieke deelname ook echt te garanderen.
In de jaren 70 en 80 bleef het bij mooie beloften en enkele excuus-Truusen. Sterke madammen, daar niet van, maar ze zaten als vrouw wel alleen in het ‘old boys network’.
Pas in het begin van de jaren 90 werd na heftige discussies in het parlement de eerste quotawet gestemd. Op initiatief van toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Louis Tobback werd de zgn. wet Tobback-Smet ingevoerd in 1994.
Bij de lokale verkiezingen van oktober 1994 was de overgangsmaatregel bij deze wet van toepassing. Die stelde dat maximaal drie vierde van de kandidaten op een lijst van hetzelfde geslacht mocht zijn.
Voor de verkiezingen van 1999 en 2000 gold daarna de wet Tobback-Smet in haar volle draagwijdte. Toen mochten maximaal twee derde van de kandidaten van hetzelfde geslacht zijn.

Wet van 24 mei 1994 ter bevordering van een evenwichtige verdeling van mannen en vrouwen op de kandidatenlijsten voor de verkiezingen. Belgisch Staatsblad 1 juli 1994.

Hoe moeizaam die eerste quotawet ook door het parlement gestemd raakte, des te vlotter ging het de jaren nadien. Het was duidelijk dat de tijdsgeest er rijp voor was.

Voor de federale verkiezingen van 2003 had de paarse regering de wet Tobback-Smet al vervangen door een reeks nieuwe wetten die bepaalden dat op de kieslijsten voortaan evenveel vrouwelijke als mannelijke kandidaten zouden staan. Een vanzelfsprekendheid voor een progressieve samenleving die gelijke kansen tussen vrouwen en mannen hoog in het vaandel voert.
Ook nieuw aan deze wetten was de bepaling dat voor de eerste twee plaatsen op de lijst de rits wordt toegepast.
Ook hier was weer een overgangsmaatregel van kracht, die stelde dat de eerste drie plaatsen op de lijst niet door kandidaten van hetzelfde geslacht ingenomen mochten worden.

Wet van 17 juni 2002 tot waarborging van een gelijke vertegenwoordiging van mannen en vrouwen op de kandidatenlijsten voor de verkiezingen van het Europees Parlement. Belgisch Staatsblad 28 augustus 2002

Wet van 18 juli 2002 tot waarborging van een gelijke vertegenwoordiging van mannen en vrouwen op de kandidatenlijsten van de kandidaturen voor de verkiezingen van de federale Wetgevende Kamers en van de Raad van de Duitstalige Gemeenschap. Belgisch Staatsblad 28 augustus 2002

Aansluitend hierop werden ook wetten gestemd om de pariteit te voorzien op de lijsten voor de verkiezingen van 2004 voor het Europese parlement en de regionale parlementen.

Bijzondere wet van 18 juli 2002 tot waarborging van een gelijke vertegenwoordiging van mannen en vrouwen op de kandidatenlijsten van de kandidaturen voor de verkiezingen van de Waalse Gewestraad, de Vlaamse Raad en de Brusselse Hoofdstedelijke Raad. Belgisch Staatsblad 13 september 2002

Wet van 13 december 2002 houdende verschillende wijzigingen van de kieswetgeving. Belgisch Staatsblad 10 januari 2003

Deze wetten die van 2002 dateren, zijn echter niet van toepassing op de provinciale en gemeenteraadsverkiezingen, vermits de bevoegdheid hierover overgeheveld werd naar de gewesten. Daarom hebben de verschillende gewesten met het oog op de gemeente- en provincieraadsverkiezingen van 2006, hun eigen decreten en ordonnanties uitgewerkt en eigen quotaregels opgesteld.
Ook hier geldt dat lijsten evenveel vrouwelijke als mannelijke kandidaten moeten bevatten. Terwijl echter in Brussel en Wallonië daarenboven ook geldt dat de eerste en tweede plaats door kandidaten van verschillende sekse gedeeld moeten worden, moeten in Vlaanderen in een overgangsfase slechts één van de eerste drie plaatsen naar een vrouwelijke of mannelijke kandidaat gaan.

Brussels Hoofdstedelijk Gewest: Ordonnantie ertoe strekkende evenveel mannen als vrouwen op de gemeentelijke kieslijsten te plaatsen (Belgisch Staatsblad, 09/03/2005, PRB nr/64/04-05).
Vlaams Gewest: Decreet van 16 februari 2006 houdende wijziging van de Gemeentekieswet (Belgisch Staatsblad, 28/02/2006, Vlaams Parlement, nr. 637(05-06).
Waals Gewest: Décret du 30 novembre 2005 modifiant certaines dispositions du Code de la démocratie locale et de la décentralisation (Belgisch Staatsblad, 02/01/2006, Waals Parlement, nr. 204(04-05).

Voor de verkiezingen van 13 juni 2010 zijn dus de quotawetten van 2002 van toepassing.


(met dank aan Petra Meier en de NVR)

 

(c) Stem Vrouw is een initiatief van met de medewerking van

Based on CMS.NET engine (c) 2007 made by S-DATA NV [www.s-data.be]