Over plakkende vloeren en draaideuren

Over plakkende vloeren en draaideuren

In de politiek wetenschappelijke literatuur worden heel wat verschillende termen naar voren geschoven als het gaat over vrouwen in de politiek. Een voorbeeld van zo’n term is het glazen plafond. We kennen het allemaal, maar weten we ook wat het precies betekent? Verstaan we bijvoorbeeld ook wat er wordt bedoeld wanneer men spreekt over het draaideur-effect, de sticky floor, de glazen klif of het incumbency effect? Niet simpel. We zetten ze daarom voor jou allemaal op een rijtje.

Glazen plafond

Het beeld van het ‘glazen plafond’ verwijst naar een onzichtbare barrière, die het doorgroeien van vrouwen naar het topkader in de weg staat. Weinig vrouwen bereiken leidinggevende posities, ze geraken minder snel dan hun mannelijke collegae hogerop en worden geconfronteerd met strengere eisen voor promotie.

Het glazen plafond of  ‘the glass ceiling’ is niet zo maar een barrière in de loopbaan van een individuele vrouw, maar een gegeven dat vrouwen als groep raakt, bijvoorbeeld omdat (bewust of onbewust) de verwachtingen of vereisten ten aanzien van vrouwen strenger zijn.

De samenstelling van het kernkabinet is een ultiem voorbeeld van het glazen plafond: het bestaat uitsluitend uit mannen. Ook in de minsterraden zijn vrouwen sterk ondervertegenwoordigd. Slechts één op de vijf federale ministers in België is een vrouw. Ze stoten niet door naar de hoogste regionen in de politiek.

Sticky floor

Een kleverige vloer is, net zoals een glazen plafond, een concretisering van genderdiscriminatie, voornamelijk op de werkvloer. Waar het glazen plafond suggereert dat de belangrijkste drempels voor vrouwen zich bevinden in de hoge hiërarchische niveaus, houdt het idee van kleverige vloeren in dat vrouwen reeds, en vooral, in de eerste niveaus en jaren van hun carrière geconfronteerd worden met hindernissen om op te klimmen. Het ultieme bewijs van de sticky floor is het feit dat vrouwen in sterkere mate vertegenwoordigd zijn in de lagere functieniveaus met weinig doorstroommogelijkheden.

Zo geeft een kwart van alle deeltijds werkende vrouwen bijvoorbeeld aan geen voltijds werk te vinden of binnen haar gewenste job geen voltijds contract aangeboden krijgt.

Draaideur-effect

Over het algemeen blijven vrouwen minder lang in de politiek dan mannen. In de wetenschappelijke literatuur spreekt men van het draaideureffect: vrouwen raken de politiek vrij vlot binnen maar verlaten deze vaak even vlot. Hiervoor bestaan verschillende verklaringen.  Zo zouden vrouwen vaak met andere ambities een politiek mandaat opnemen dan mannen. Meestal willen ze rond een specifiek thema werken en daar iets aan veranderen. Hun missie is geslaagd wanneer ze deze verandering teweeg hebben kunnen brengen. Mannen voelen meer voor een politieke carrière en blijven langer hangen. Op deze manier krijgen ze ook meer kansen om door te groeien naar topfuncties.

Tijdens de lijstvorming voor de verkiezingen van 26 mei dankten heel wat vrouwen voor prominente plaatsen op de kieslijsten van de verschillende politieke partijen. Brussels Parlementslid Liesbet Dhaene en federaal parlementslid Goedele Uyttersprot: alle twee maakten ze kans op een prominente plek op een lijst van de N-VA, alle twee hebben ze voor die eer bedankt.

Glazen klif

De ‘glazen klif’-hypothese luidt dat vrouwen vaak aangesteld worden om leidinggevende posities te nemen in problematische omstandigheden, waarbij een groter risico om te falen en kritiek ontstaat. Vrouwen die erin geslaagd zijn door het glazen plafond te breken, bekleden relatief vaak topfuncties met een groot afbreukrisico waardoor de kans op mislukking groot is.

Zo werd Theresa May bijvoorbeeld aangesteld om een leidinggevende positie tijdens de Brexit. Dit nadat de ene na de andere mannelijke brexitsterkhouder de rol van eerste minister ontweek, in het volle besef dat de situatie voor hen uitzichtloos en te schadelijk was. De kans op falen en blijvende imagoschade is namelijk heel groot.

Incumbency-effect

Met het incumbency effect wordt het electorale voordeel bedoeld dat zittende parlementsleden hebben bij verkiezingen. Onder meer door hun grotere naamsbekendheid en reputatie genieten ze een groot voordeel ten opzichte van hun tegenstanders. Politieke partijen spelen in op dit herkenningseffect bij de kiezer, en zetten hun oude getrouwen vooraan op de lijst. Aangezien de politiek nog niet zo lang geleden een exclusief mannenbastion was, zijn deze stemmenkanonnen bijna allemaal mannen. Vrouwen geraken op deze manier niet verder dan de tweede plaats op de lijst en zijn zo veel minder zichtbaar, waardoor ze een zitje in het parlement of een mandaat als minister aan hun neus zien voorbijgaan.

CD&V, N-VA en het Vlaams Belang geraken bijvoorbeeld met moeite aan een derde vrouwelijke lijsttrekkers. CD&V heeft zelfs minder vrouwelijke lijsttrekkers dan bij de verkiezingen van vijf jaar geleden. Hierdoor houden zij de ondervertegenwoordiging van vrouwen in de politiek mee in stand. Er is slechts één partij, sp.a, die tijdens de verkiezingen van 26 mei meer vrouwelijke dan mannelijke lijsttrekkers heeft.